middelen

Middelen

Homeopathische middelen zijn gepotentieerd. Potentiëren is het vrijmaken van krachten die in de stof a.h.w. verborgen en sluimerend aanwezig zijn. Einstein formuleerde materie al als geconcentreerde en verdichte energie.

Kort gezegd gaat het proces als volgt: De grondstof wordt steeds een stap verder verdund en daarbij krachtig geschud. Door dit verdunnen verdwijnt op den duur alle stof uit de oplossing. (Hierop berust de bewering van tegenstan­ders van de homeopathie dat de geneesmiddelen niets zouden bevatten.) Door het schudden echter komt de specifieke energie van die stof vrij en deze energie wordt aan de vloeistof overgedragen. Vervolgens worden tabletten of korrels met deze vloeistof bevochtigd.

De klassieke homeopathie gaat uit van verdunningen van 1 : 100. 

De potenties die een klassiek homeopaat veel gebruikt zijn:

C 30 ‑ C 200 ‑ C 1000 (= M) ‑ 10 M ‑ 50 M. Daarnaast worden er LM potenties gebruikt, dit zijn middelen met een iets andere bereidingswijze.

Bij een C 30 b.v. is het verdunnen in de verhouding 1 : 100 en het krachtig schudden dertig keer toegepast, waarbij men steeds uitgaat van de voorafgaande stap en hiervan 1/100 deel neemt. Dus 1e stap: 1 deel + 99 delen alcohol + krachtig schudden = C 1. De 2e stap: 1 deel van C 1 + 99 delen alcohol + krachtig schudden = C2, enz.

Het geneesmiddel wordt in de kleinst mogelijke dosering gegeven. Op het consult wordt, afhankelijk van uw situatie, een innameadvies vastgesteld. Dit innamevoorschrift zal u op het consult worden meegegeven.

Een homeopaat denkt in middelbeelden. Dit is de totale hoeveelheid symptomen en uitdrukkingen die bij één homeopatisch middel hoort.

In de loop van de jaren zijn van heel veel stoffen beelden vastgelegd in Materia Medica.

In het consult wordt het ziektebeeld van de patiënt met de verschillende middelbeelden vergeleken en het middelbeeld dat het meest gelijkenis vertoont met het ziektebeeld van de patiënt zal het juiste geneesmiddel aangeven.

Dit zoekwerk kan soms vele uren in beslag nemen. De tijdsduur hangt enerzijds af van de aard van de klachten van de patiënt en anderzijds van de duidelijkheid van het beeld. In sommige gevallen zal ik u na het consult even geduld vragen om de tijd te krijgen een en ander te bestuderen, in andere gevallen heb ik langer tijd nodig en neem ik zelf op een later tijdstip kontakt met u op.